Tạm biệt, oftewel Tot ziens!

Wat een fantastische vakantie hebben we gehad. We hebben genoten van de landen, de mensen, de natuur, de cultuur, het heerlijke eten, de nieuwe gewoontes, de historie en bovenal van elkaar. We hebben veel geleerd en goede gesprekken gevoerd, we hebben volstrekt nieuwe dingen gedaan (en gegeten) en onze bekende gebruiken ge-evalueert en afgezet tegen de Vietnamese/Cambodjaanse. Volledig verzadigd van deze nieuwe indrukken zijn we nu weer veilig op Nederlandse bodem en is het tijd om bij te slapen en alles te verwerken.

Wij vinden het ontzettend leuk dat jullie hebben meegelezen! De reacties via ons blog, Facebook, Whatsapps en persoonlijke reacties weer in Nederland hebben we erg gewaardeerd. We zijn blij verrassend dat zoveel mensen zich door de lappen tekst hebben weten te worstelen. Uiteraard nemen we niemand kwalijk als ze het blog niet (helemaal) hebben gelezen. We vertellen de verhalen graag nog een keer!

Jongens, wat een prachtige zomer!

Liefs,

Stephan en Anouk

4 en 5 augustus: laatste dag Cambodja en terugreis

Anouk voelt zich behoorlijk grieperig als ze wakker wordt. Ze besluit met pijn in haar hart na het ontbijt weer de hotelkamer op te zoeken. Stephan gaat in z’n eentje fietsen met de gids. De tour begint met een klein fietsritje naar de pont over de Mekong, waarbij de gids verbaasd is over Stephans fietscapaciteiten. De combinatie tussen 4 weken ervaring in Azië en wonen in Amsterdam zorgt er blijkbaar voor dat Stephan de gids verrassend goed kan bijbenen.

Aan de overkant van de Mekong is weinig meer te merken van het drukke stadse leven. Er is geen verharde weg en de mensen leven hier van de landbouw en visserij. We stoppen bij een klein marktje, waarbij de hygiëne nét niet naar Europese maatstaven is. Rob Geus wordt er niet vrolijk van, want de vliegen zitten overal op het eten. De enige bescherming tegen ongedierte is dat elke verkoper een stokje met een zakje heeft, waarmee af en toe gewapperd wordt. Rauwe kip wordt gesneden op dezelfde tafel waarop daarna groente wordt gesneden, met dezelfde handen die daarna het wisselgeld teruggeven. Stephan proeft wat fruit, maar neemt het alleen aan indien de schil er nog stevig omheen zit. Smetvrees zit niet bepaald in z’n DNA, maar suïcidaliteit ook niet.

Het dorpje ligt naast de Mekong, waardoor het land niet altijd beschikbaar is voor landbouw. Tijdens het regenseizoen lopen de akkers regelmatig onder. Er wordt dan extra gevist om toch nog een inkomen te hebben, maar van de ongekende flexibiliteit die we bij de Vietnamezen hebben gezien, lijkt hier niet echt sprake. Veel van bomen die we onderweg tegengekomen, hebben we ook al elders gezien en daarom biedt de fietstour relatief weinig nieuws. Toch is het erg leuk om door de dorpjes te fietsen. Zo krijgen de kinderen hier vanaf jongs af aan al Engels op school en wordt Stephan dus constant begroet door de kinderen, die nu vakantie hebben: “Hello hello! What’s your name?”.

Bij een huisje in het dorp stoppen we om te kijken hoe zijde wordt gemaakt. Dat hebben we al eerder in een fabriekje gezien, maar hier gebeurt het erg kleinschalig. De zijderupsen liggen in kleine mandjes te chillen en worden daarna handmatig gesponnen, in plaats van met de grote machines die we in Vietnam zagen. Alles gebeurt op een zeer primitieve manier en dat is een erg mooi gezicht.

We fietsen verder door allerlei plantages, die steevast ‘flantations’ worden genoemd: de p uitspreken blijkt erg lastig. De terugweg gaat deels via het water. We moeten even wachten op de pont, die deze keer een stuk kleiner is. Er passen geen auto’s op en slechts een handjevol brommers en fietsen. Tijdens het overvaren hebben we erg last van de zeer sterke stroming van de rivier en we komen dus zo’n 50 meter stroomafwaarts te ver aan de oever. Het laatste stukje gaat (erg traag) tegen de stroming in. Tijdens het varen hebben de gids en de ‘kapitein’ bamboe uit de rivier weten te plukken. Het geweld van het water neemt complete bossen mee. Aan beide kanten van de rivier liggen daarom stapels hout, dat later als brandhout zal dienen.

De tour op het kleine eilandje waar we terecht zijn gekomen gaat officieel langs een boeddhistische tempel, maar die wordt op verzoek van Stephan overgeslagen. Daar hebben we deze en vorige vakanties al genoeg van gezien. We fietsen daarom nog een extra rondje langs een paar kleine dorpjes. Het dreigt even flink te gaan regenen, maar we komen vrijwel droog aan bij de pont die ons weer terugbrengt naar het vasteland van Phnom Penh. De gids biedt aan een tuktuk te bellen, maar Stephan is nog niet moe en wil nog wel een stukje fietsen. De laatste 3 kilometer blijken het zwaarst, onder andere vanwege het oversteken van een gigantische brug. Uiteindelijk komen we veilig aan bij de laatste stop, het restaurant voor een lekkere lunch. De gids is enigszins teleurgesteld dat hij weinig nieuwe dingen kan vertellen: het lokale eten biedt deze keer geen nieuwe dingen meer.

Anouk is inmiddels enigszins uitgerust en is ook toe aan een lunch. We spelen een kaartspelletje, springen even in het zwembad. Anouk voelt zich nog niet helemaal lekker, maar goed genoeg om mee te gaan met de `food tour` voor vanavond.

We worden bij het hotel opgehaald door Ducky, haar assistent, twee tuktuks en de andere deelnemers. We rijden naar een gigantische toren, waarbij we vanaf de bovenste verdieping de hele stad kunnen zien. We balen er nu al van dat we deze tour op onze laatste dag hebben gedaan, want je ziet op deze manier erg goed hoe alle bezienswaardigheden zich tot elkaar verhouden. Daarnaast hadden we hier best nog eens een drankje willen drinken. Ducky weet ook erg veel te vertellen over Cambodja, en Phnom Penh in het bijzonder. Ze woont inmiddels 21 maanden in de stad en snapt ondanks haar Australische afkomst het land erg goed. Toch heeft ze genoeg afstand tot het land om uit om het koningshuis enigszins te duiden. Zo heeft de vorige koning in z’n laatste dagen voor zijn abdicatie zich niet positief uitgelaten over het homohuwelijk (in die cultuur nog niet zo geaccepteerd als in Nederland). De nieuwe koning heeft volgens de mensen geen relatie vanwege z’n streng boeddhistische geloof, maar Ducky vertelde dat hij balletdanser is geweest in Parijs en regelmatig wordt gespot in de hipste clubs van de stad. Cambodja is er echter nog niet klaar om toe te geven dat ze een homofiele koning hebben.

Na een soort zonsondergang (plotselinge bewolking verpestte het weer; ‘dikke doei, klote zon’) vervolgen wij onze weg richting de markt. In de tuktuk zitten we met een Australisch stel die aan het begin staan van de reis tegenovergesteld aan die van ons (zowel qua route als qua invulling). Vol enthousiasme vertellen we over onze ervaringen, ze lijken echter weinig enthousiast: voor de Easy Riders draagt de vrouw iets teveel gewicht mee, voor Hanoi is ze een beetje bang, naar Halong Bay gaan ze dagenlang georganiseerd, ze wil niet naar de Killing Fields want daar heeft ze niet zo’n zin in en ze hebben alles al vooruit geboekt. Of terwijl: we zijn blij als we bij de markt aankomen, want onze reiswensen liggen zover uiteen dat we er een beetje stil van vallen.

Op de markt blijkt Ducky iedereen te kennen en met iedereen een geintje te maken. Leuk om te zien hoe leuk ze elkaar vinden. Eerst stoppen we bij een fruitkraam waar we allerlei heerlijke vruchten proeven. Wederom balen dat we dit niet eerder hebben gedaan, dan hadden we de hele vakantie op fruit geteerd. De tweede stop is bij een toetjeskraam. Ducky legt uit dat Cambodjanen hun hele maaltijd op de markt bij elkaar scharrelen en deze toetjeskraam is een lokale hit. De meisjes werken snel, dat maakt ze ook een attractie en we staan lang stil om te kijken. Daarnaast proeven we allerlei toetjes. Die lijken in niets op de Nederlandse desserts. In Cambodja moet er balans in het eten zitten en moet er een zoet, bitter, hartig en pittig element in de maaltijd zijn zijn. Daarom kunnen linzen en kidneybonen opeens onderdeel zijn van een dessert. Maar gelukkig is daar de altijd aanwezige en allesoverheersende gecondenseerde melk. Brrr, wat zoet.  Ducky legt uit dat vroeger de Cambodjanen voornamelijk natuurlijke zoetstoffen gebruikte maar dat ze tegenwoordig de geraffineerde suiker hebben ontdekt. Hierdoor ontstaat een, voor hen, nieuw probleem: dikke kinderen en diabetes. We lachen wat besmuikt, een beetje droevig is het wel.

We lopen door en al lopende vertelt Ducky van alles, over de mensen, het eten en de cultuur, het is echt heel interessant. We stoppen bij een kraampje wat allerlei enge beestjes verkoopt die we (gefrituurd en wel) mogen opeten. Wij zijn de meest avontuurlijke en staan zo’n beetje overal voor open. Alleen de kevers slaan we over: die glanzende schildjes vinden wij niet aantrekkelijk. We eten wel: slang, kleine en grote sprinkhaan, mier, worm en kleine kikkerpootjes. We sluiten af met heerlijke spareribs en een beetje pomelo-sap (iets minder bitter dan grapefruit en iets frisser dan sinaasappelsap).

Dan pakken we de tuktuk richting het barbecuerestaurant waar we gaan eten. Hier zetten we het grote eten voort. De ene na de andere schaal wordt aangerukt. Kikkerpootjes, een ondefinieerbaar vogeltje (met kop, maar dat hebben we maar laten zitten), kip, inktvis en nog veel meer. Dit alles wordt weggespoeld met Angkor bier, het lokale bier. Het valt ons op dat er allerlei meisjes in biermerkjurkjes rondlopen. Ducky vertelt dat deze hier werken op commissiebasis: ze krijgen alleen betaald als ze hun biermerk kunnen schenken aan klanten. Er is een wirwar van personeel en lang niet iedereen heeft het even druk: de Guiness-meisjes staan de hele avond te niksen terwijl ons Angkor-grietje het maar druk heeft met het bijschenken van onze biertjes en het aanvullen van het ijs (ijs in je bier is een dingetje hier). De bedoeling bij het Cambodjaans bierritueel is dat je bij elke slok proost en dan met zijn allen meteen je glas leegdrinkt, als je niet zoveel wilt drinken biedt het ijs de uitkomst: meer ijs in je glas betekent minder ruimte voor bier!

Zowel in Vietnam als in Cambodja hebben ze bij het eten vaak een sausje van peper en zout opgelost in limoensap. Wij vinden dit erg lekker en vertellen aan Ducky dat we dit thuis graag willen maken, zij merkt op dat hier speciale peper voor nodig is die vooral wordt geproduceerd in Azië. Ze ziet onze teleurgestelde blikken en even later komt ze met een cadeautje: een zakje met het peper-zout voor het mengseltje. Zo kunnen we thuis proberen een vergelijkbare peper te vinden.

Ze vertelt dat veel van de tuktukchauffeurs in de stad in hun tuktuk wonen omdat hun familie op het platteland woont. Ducky legt uit dat Cambodja eigenlijk geen middenstand kent: je hebt schat hemeltje rijk en straatarm. Dit in tegenstelling tot Vietnam die juist een grote middensklasse kent. Ducky merkt op dat Vietnamezen veel ondernemender zijn: die zien overal een handeltje in. Cambodjanen willen vooral veel ontspannen en delen alles met iedereen. Daarnaast zijn ze minder ambitieus: als ze genoeg geld hebben verdient gaan ze lekker naar huis!

We gaan met veel nieuwe kennis weer richting het hotel. We hebben een leuke avond gehad maar willen op tijd naar bed. Morgen om half zes staat de tuktuk klaar om ons naar het vliegveld te brengen.

5 augustus

Anouk voelt zich behoorlijk slecht en slaapt nauwelijks. De arme Stephan moet zo ongeveer alles regelen omdat Anouk het alleen maar warm-koud-warm heeft en zo wazig is als een dronkaard. We komen gelukkig wel op tijd bij het vliegveld aan en het inchecken gaat soepel. We vliegen via Ganzhou (China) naar Peking en dan door naar Amsterdam. Inderdaad, we vliegen de verkeerde kant op.

De vlucht gaat naar Peking met een tussenstop in Ganzhou, we moeten hier perse het vliegtuig uit. We verwachten buiten de slurf te wachten tot we er weer in mogen maar we worden omgeleid via allerlei omwegen richting douane, maar wij hebben geen visum. Met handen en voeten proberen we dit duidelijk te maken aan de beambten die niet zo goed weten wat ze met ons aan moeten. Uiteindelijk moeten we een visumaanvraagje indienen, dit kunnen we maar half invullen omdat we geen officieel visum hebben maar dat maakt niet uit. Uiteindelijk krijgen we allerlei stempels in ons paspoort en een visum voor een dag. Dus jongens, wij zijn ook in China geweest, BAM!

We lopen zo’n 20 meter China in en mogen kruip-door-sluip-door de douane weer door, maar niet voordat onze tassen door de scan zijn. De beambte (die in zijn eentje is) is zo vriendelijk ze voor ons op de band te leggen maar daardoor is hij te laat bij zijn scherm om te kijken wat er in zit. We zien er blijkbaar betrouwbaar uit want we mogen doorlopen. Anouk gooit er nog wat paracetamol in en we vliegen weer verder. We hebben goede plekken, bij de nooduitgang (niet de eerste keer deze vakantie) dus zitten prinsheerlijk in het vliegtuigje.

In Peking herhaalt het ritueel van die ochtend zich. Dit keer mogen we probleemloos China in en kost het vooral moeite om China weer uit te gaan. We moeten weer allerlei formuliertjes invullen waarin we verklaren dat we nu echt weg gaan en wederom vullen we deze half in. De douane vindt het prima en ramt er op los met zijn stempel. Ze zijn hier dol op paspoortcontroles, we hebben vandaag ongeveer 16 keer ons paspoort moeten laten zien. Alleen toiletbezoek kon zonder paspoort voor al het andere moest je je kunnen identificeren (lichte overdrijving). Door de stabiele stroom aan pijnstillers houdt Anouk het lopende ook wanneer we in Peking acht uur moeten wachten op de volgende vlucht. Het is een vrij uitgestorven vliegveld en we overwegen onze eigen versie van ‘All by myself’ te maken, helaas hebben we er de kracht niet voor. Als we weer het vliegtuig in mogen voor het laatste stuk zijn we beiden binnen no time in slaap. Hierdoor gaat de vlucht lekker snel en komt Amsterdam snel in zicht. Om 5.20 landen we en om 6.15 zijn we eindelijk thuis. Na een klein ontbijtje is het tijd voor een tukje.

28 juli: Goodbye Vietnam, hello Cambodia!

We komen aan op het vliegveld van Siem Reap na een vlucht van nog geen drie kwartier. Het is een schattig klein vliegveld en  we zijn binnen no time weer buiten met verse stempels in ons paspoort. Dat had nogal wat voeten in de aarde, althans voor het personeel. We gaven de paspoorten, formulier en wat dollars aan beambte nr. 1, betaalden aan nr. 2, kregen geld terug van nr. 3 en kregen onze paspoorten terug van nr. 14. Wat er in de tussentijd gebeurde konden we niet precies zien, behalve dat meer dan 10 mensen blijkbaar iets nuttigs deden met ons paspoort en daar erg serieus bij keken. Blijkbaar is ook in Cambodja arbeid goedkoop genoeg om niet na te hoeven denken over efficiëntie. De taxichauffeur gebruikt de reis naar het hotel om allerlei tripjes aan te smeren, maar als we consequent ‘nee’ zeggen, is het de rest van de reis stil. Er kan geen lachje meer af.

Na even gechilled te hebben, gaan we Siem Reap in. Door de regen ziet het er wat troosteloos uit, maar we zien duidelijk dat deze plaats populair is bij echte backpackers. We ontmoeten een Australische jongen met Nederlandse ouders die ons uitnodigt voor een kroegentocht. Hij is al zo’n maand hier en zwerft al langer over de wereld. Blijkbaar is dit zijn manier om de kosten van onderdak, bier en wellicht andere middelen te bekostigen. We zijn snel weer terug in het hotel.

De volgende ochtend staan we vroeg op. Vroeg opstaan is zelfs Stephan inmiddels gewend, maar deze keer maken we het bijzonder bont. De wekker gaat om 4 uur, zodat we op tijd zijn voor de zonsopgang. Het tuktuk-mannetje blijkt nog te slapen: de reservering is niet goed doorgekomen. Iets later dan gepland vertrekken we en gaan we de zonsopgang (proberen te) bekijken vanaf een iets kleinere tempel nabij Angkor Wat. Bij de Angkor Wat is het superdruk ’s ochtends, bij de andere tempel is het een stuk rustiger. De reisgids heeft het bij het juiste eind: we staan met 8 mensen bovenop de tempel. De rust wordt enigszins verstoord door een praatgrage Spaanse gids en de radio van de bewaker. Alles valt echter in het niet bij de echte boosdoener: bewolking. De spanning stijgt tot we moeten constateren dat de zon inmiddels krachtig genoeg is om door de bewolking heen te schijnen en al bijna recht boven ons staat. We hadden dus wél kunnen uitslapen. Stephan vat het onderweg samen: dikke doei, klotezon.

Onze volgende stop is Angkor Wat. We volgen opnieuw de reisgids die stelt dat direct na zonsopgang een goed moment is om de tempel te bezoeken, omdat iedereen zich nu haast richting ontbijt. Dit doen wij onderweg en het is inderdaad redelijk rustig als we om 7.40 binnenwandelen.

De schoonheid is inderdaad verbluffend, zowel op macro- als op microniveau. Vanaf een afstand is het een imposant bouwwerk en  van dichtbij blijkt alles tot in de detail bewerkt met verfijnde patronen en beeltenissen. En dat in een periode zonder hijskranen en 3D-printers. We lopen er zo’n anderhalf uur door en gaan naar een restaurantje om even af te koelen met een welverdiend kopje koffie. Stephan vraagt om het wifi-wachtwoord en dat wordt voor hem ingetoetst. Het mannetje blijft een tijdje staan kijken naar de (naar Cambodjaanse standaard) hypermoderne telefoon van Stephan en vraagt hem -zo goed en zo kwaad als het gaat met z’n Engels- uit over het toestel. Het ritueel herhaalt zich als ook de tablet even op internet moet.

Als de verbinding tot stand is gekomen horen we dat Daniël (vriend van Stephan) vader is geworden. Zoon, vader en moeder maken het goed. We beloven er ’s avonds een biertje op te drinken.

Na de koffie en het goede nieuws hebben we weer energie voor de volgende tempel. We rijden in de tuktuk richting Angkor Thom, een erg groot complex met veel verschillende torens met gebeeldhouwde gezichten. Anouk poseert op verschillende manieren, waarbij de Vietnamezen-houding (subtiel lachje, één hand in V-vorm) haar favoriete is. Ze raakt al snel bedreven.

We banjeren nog even verder. De menigte heeft het ontbijt blijkbaar achter de kiezen; het wordt een stuk drukker. De imponerende tempels laten zich moeilijk beschrijven, we hopen dat de foto’s een goede impressie geven. De anderen hebben net het ontbijt gehad, wij zijn toe aan lunch en laten ons door de tuktuk-chauffeur naar een tentje brengen. Met een big smile gaat hij zelf ook ergens aan een tafeltje zitten en geniet van z’n maaltijd, die hoogstwaarschijnlijk van onze provisie betaald is. Als de magen zijn gevuld, bezoeken we nog één tempel en dan vinden we het mooi geweest.

De laatste is wat ons betreft de klapper, omdat de herstelwerkzaamheden pas net zijn begonnen. Daardoor is een deel al gerenoveerd, maar is in het grootste gedeelte goed zichtbaar hoe de bomen in de 400 jaar tijd dat het tempelcomplex verborgen was, grote schade hebben aangericht. Dit maakt het erg bijzonder. Om 2 uur (we zijn dan al 10 uur onderweg) vinden we het mooi geweest en doen we een dutje. Na de tweede lunch en een plons in het zwembad zijn we het er over eens: wij blijven lekker in het hotel vanavond. Vlak voor we naar bed gaan betalen we de rekening en Stephan checkt nog even of alles goed is gegaan met de bus. Er breekt lichte paniek uit bij de receptie, want niemand weet van een bus. Gelukkig wordt dit snel alsnog geregeld.

De bus vertrekt om 8.45, maar omdat het busje dat ons naar het busstation brengt bij ons hotel z’n rondje begint, staan we volgens afspraak al om 8 uur klaar. Daar horen we dat het busje pas om 8.25 komt, maar als we proberen uit te leggen dat we nu wel klaar zijn met alle slechte informatievoorziening, worden we onderbroken door de buschauffeur: een paar minuten over 8 staat hij al voor ons klaar. We hebben wel eens hotels gehad die het beter regelden. De reis duurt inderdaad zo’n 40 minuten en is weinig comfortabel over de slechte wegen in de stad. Het busstation en blijkt verrassend dichtbij het hotel te zijn. Na zo’n 10 minuten in de bus te zitten, rijden we weer langs ons hotel. Als we dit eerder hadden geweten, had Stephan graag $2,- besteed (Anouk maakt zich niet zo druk) aan een tuktuk die ons pas om 8.45 naar het busstation had gebracht.

We gaan uit van zo’n 5-6 uur, maar de bus blijkt zo’n 7 uur over te doen over zo’n 315 kilometer. Onderweg begrijpen we goed waarom het zo lang duurt: een groot gedeelte kun je niet of nauwelijks verharde weg noemen. Mede omdat we helemaal achterin de bus zitten, is het een weinig aangename reis. Over de heftigheid verschillen de meningen: Anouk is van mening dat haar organen als een milkshake voelde naderhand, Stephan zag de reis meer als een deinende zee. De waarheid zal ergens in het midden liggen. We komen iets voor vieren aan in Phnom Penh en na een zeer korte onderhandeling en dito tuktuk-tocht arriveren we bij het hotel. We voldoet aan de verwachtingen en krijgen zelfs gratis een upgrade naar de superior-kamer, omdat de standard-kamers vol zijn. We gaan ergens in de stad eten, genieten van een heerlijk biertje en gaan om een uur of 10 onder zeil.

30 juli: eerste dag Phnom Penh

We overwegen nog even ergens een tour (voor één of meerdere dagen) te boeken, maar besluiten dat we de laatste dagen van onze vakantie wat rustiger aan willen doen en niet meer drie activiteiten per dag willen doen. ’s Ochtends hangen we even rond het zwembad en doen ’s middags een kleine stadswandeling. Na 30 meter is de eerste stop: een gezellig Vietnamees tentje waarbij op 16 gasten wel 10 personeelsleden rondliepen. De (vaak gratis gereserveerde) koude thee werd zo snel bijgevuld dat we er niet tegen konden drinken. Anouk vond dat minder erg: ze heeft daardoor weer veel WC’s kunnen zien.

De wandeling voert ons o.a. langs het Independence Monument, waarbij Stephan bij de illegaal beklimming ervan wordt tegengehouden door een bewaker. We besluiten om het monument heen te lopen, maar worden wat zenuwachtig door de bewaker niet nauwlettend elke pas van zo’n 1,5 meter afstand blijft volgen.  We testen nog even of hij ons echt wel volgt houden we een aantal keer halt, o.a. bij een dode libelle en inderdaad: ook bij het bekijken van een dood beest of bloemetje bleef hij alles goed in de gaten houden.

We volgen een route uit de Lonely Planet en lopen zo langs het station (wegens verbouwing helaas dicht), een bibliotheek, een tempel en langs de centrale markt. De (al dan niet echte) zilveren, gouden en diamanten sieraden glinsteren ons tegemoet, net als speelgoed, kleding, etc. We kopen wat kleinigheidjes (afdingen tot minder dan 25%  van de prijs!) en lopen daarna verder. We drinken kopje koffie aan de rivier en spontaan begint het te hozen. Als we merken dat we worden lekgeprikt door de muggen, nemen we een tuktuk terug naar het hotel. Tijdens het eten lezen we ons in over de bezoeken van morgen aan de Killing Fields en de S-21 gevangenis.

1 augustus: Killing Fields en S-21

Na het ontbijt nemen we een tuktuk naar de Killing Fields (Choeung Ek). De weg is bijzonder slecht en de tuktuk heeft een stuk minder vering (lees: geen) waardoor de busreis achteraf erg comfortabel was. Dankzij de wegwerkzaamheden (of juist een gebrek daaraan) rijden we af en toe door een flinke stofwolk, maar gelukkig heeft de aardige chauffeur onderweg mondkapjes voor ons gekocht. We merken het nadeel van zo’n open rijtuig, maar doen ook ons voordeel met het goede uitzicht daardoor. Na een maand zijn we nog niet uitgekeken op wat men zo af en toe weet te vervoeren op een brommer of in/op/naast/achter een erg klein busje. We hebben een aantal op de foto kunnen zetten.

Bij de Killing Fields is een audio-tour beschikbaar, zelfs in het Nederlands. We lopen door een soort Teletubbie-achtig landschap met uitzicht op een meer. Al snel leren we dat de vredige uitstraling in schril contrast staat met de verschrikkingen die er slechts 35 jaar geleden hebben plaatsvonden. De Rode Khmer, onder leiding van Pol Pot, vermoordde in de periode 1975-1979 miljoenen inwoners (1 op de 4!). Hij wilde een boerenstaat creëren en daarbij waren o.a. geestelijken, intellectuelen (brildragend, kennis van een vreemde taal) en stedelingen ongewenst. Het is te bizar voor woorden om te beseffen dat zo’n regime de kans heeft gehad zo desastreus te werk te gaan. Om te voorkomen dat kinderen wraak zouden nemen, werden zij ook gruwelijk om het leven gebracht: het motto van Pol Pot was -vrij vertaald- ‘met wortel en tak’. Ook was het idee van de rechtstaat (die de facto natuurlijk niet meer bestond) tegengestelde aan de onze. Liever een onschuldige dood, dan een schuldige bij twijfel levend. Het is bijzonder luguber om te zien dat na een fikse regenbui (en die zijn daar genoeg…) regelmatig botten, tanden of kledingstukken boven komen drijven. De paden worden regelmatig door vrijwilligers leeggeplukt en op een centrale plek verzameld. We zijn stil van wat we zien en proberen ons voor te stellen als zo’n 25% van je kennissenkring er na 4 jaar niet meer is.

Na de lunch gaan we door naar het Tuol Sleng-museum, ook wel Security Prison 21 of S-21 genoemd. Deze voormalige school werd omgetoverd tot gevangenis (scholen waren toch overbodig volgens Pol Pot).  De meest gruwelijke martelingen vonden daar plaats en dankzij de goede administratie van het toenmalige regime is er nog veel van te zien. De informatievoorziening valt tegen, maar de beelden zeggen genoeg.

Ook na dit bezoek zijn we weer blij dat we in alle vrijheid terug kunnen lopen. Na de narigheid die we vandaag hebben gezien, is het tijd voor wat verkoeling in het zwembad. We gaan eten in hetzelfde restaurant als de eerste avond en discussiëren uitgebreid welke educatieve waarde deze bezoeken eigenlijk precies hebben: zowel voor volwassenen als voor kinderen.  Ook na een maand vakantie zijn we nog zeker niet uitgekletst.

2 augustus: National Museum

We slapen lekker uit en gaan dan richting het Koninklijk Paleis. Dat blijkt een ruime middagpauze (11.00 – 14.00) te hebben, dus we gaan eerst naar het naastgelegen National Museum. Dat valt enigszins tegen vanwege de eentonige collectie en matige informatievoorziening. Daar waren de recensies het al over eens, maar we hebben ons voor de verandering niet helemaal goed ingelezen. We vermaken ons desondanks prima. We hebben genoeg grappen paraat. We gaan lunchen in een nabijgelegen restaurant dat erg goede recensies krijgt (we hebben ons weer ingelezen!) en dat bovendien veel jongeren in dienst heeft om ze te behoeden voor het leven op straat. Lekker eten en tegelijk iets goeds doen voor de wereld: een mooie win-win-situatie.

We doen een tweede poging het Koninklijk Paleis te bezoeken, maar helaas stranden we. Anouk is niet gepast gekleed genoeg en we weigeren $5 te betalen voor wat vodden. Het is bovendien erg warm en aangezien het paleis op nog geen 10 minuten lopen van ons hotel is, komt er vast nog wel een derde poging. We gebruiken de uitgespaarde dollars voor een biertje aan het zwembad.

We besluiten te gaan eten bij het (door TripAdvisor) best aangeschreven restaurant van de stad. Dat blijkt niet onterecht: de gastheer is uiterst vriendelijk. Hij is bovendien zo enthousiast dat hij -ook vanwege z’n Australische accent- nauwelijks te verstaan is.  Anouk en ik delen gerechtjes (dan was al gebruikelijk, maar werd nu ook aanbevolen) en we kiezen erg goed: we vonden alles lekker maar hadden bij elke gang een iets andere voorkeur zodat het delen geen problemen gaf. Op de heenweg concluderen we al dat we een andere route terug moeten nemen: dit lijkt ’s avonds niet zo’n veilige omgeving. Dit beeld wordt bevestigd door de uitbaatster: ze vraagt bezorgd of we al vervoer hebben; deze buurt is ’s avonds niet zo toerist-proof. We vragen naar de minst onveilige weg en gaan toch lopend op pad. De honderd meter naar de bewoonde wereld is in het pikkedonker en voelt erg unheimisch. Het is voor het eerst deze vakantie dat we een verkeerde beslissing hebben genomen: een tuktuk was toch wel erg fijn geweest. Gelukkig is er niets gebeurd en onthouden we vooral het lekkere eten.

We staan vroeg op voor onze derde poging het Koninklijk Paleis te bezoeken. Drie maal is scheepsrecht en aangezien Anouk er uit ziet als een Eskimo, wordt haar kleding goedgekeurd. Het is -zelfs ongeacht de kledingkeuze- nog warmer dan gisteren en we lopen strategisch via zoveel mogelijk schaduw langs alle tempels, stupa’s, pagodes en koninklijke vertrekken. Het is erg mooi, maar vanwege de enorme hitte en de inmiddels bekende architectuur zijn we redelijk snel weer buiten. Tijd voor een ijskoffie en een cola bij een koffietentje aan de rivier. Vanaf het terras hebben we goed uitzicht op het grote plein en vooral de belangrijkste toegangsweg ernaartoe. Dat blijkt erg vermakelijk: opnieuw raken we niet uitgekeken op het verkeer.

We lopen langs het kantoor van een organisatie die fietstours aanbiedt om een tour te boeken voor morgenvroeg. Terug in het hotel boeken we voor ’s avonds ook een tour waarmee we langs markten gaan om allerlei lokale lekkernijen te proeven. Onze laatste dag van onze vakantie gaan we lekker actief besteden, zodat we uitgeput het vliegtuig in kunnen.

28 juli: Ho Chi Minh, oftewel Sai Gon

De volgende dag beginnen we niet al te vroeg. Stephan is flink verkouden en we doen het rustig aan. Na het ontbijt op het dakterras lopen we de stad in. We hebben slechts één dag in Saigon gepland en willen deze goed besteden. We komen onderweg een Starbucks tegen. De geest is gewillig maar het vlees is zwak: we halen een kopje koffie. We bedenken dat dit het eerste bezoek is aan een Westerse keten sinds we in Communistisch gebied zitten. We vervolgen onze route richting de Notre Dame en het Franse postkantoor. Ho Chi Minh ademt een heel andere sfeer dan alle andere plekken waar we zijn geweest en we slenteren dus rustig door de stad. We lunchen in een warenhuis, waar we een van de lokale delicatessen kopen. Het ziet er erg lekker uit en we lopen naar een parkje om het rustig op te peuzelen. Daar zien we een grote groep jongeren zitten, waarbij als een soort bonte avond liederen ten gehore worden gebracht. Er heerst een gezellige sfeer. Het is dan ook een tegenvaller dat de gekochte lekkernij zowel qua smaak als structuur op een bolletje lijm lijkt. Dat het volstrekt geurloos is, blijkt een schrale troost. We spoelen de smaak weg met wat water en gooien het zakje teleurgesteld weg.

Lees verder 28 juli: Ho Chi Minh, oftewel Sai Gon

24 juli: Нха Транг

De Russen in Nha Trang zijn een bizar verschijnsel, vandaar dat we de titel van dit stuk ook maar in het Russisch hebben gedaan. Nha Trang laat zich het beste omschrijven als een etnisch Russische enclave. De banden tussen Vietnam en Rusland zijn vanwege het Communisme nogal hecht waardoor Russen geen visum nodig hebben. Dit resulteert in een stortvloed aan Russen in Nha Trang: de voertaal is Russisch aan het worden. Menukaarten, hotelnamen, straatnamen en borden zijn in het Russisch. Gelukkig is het een interessant volk om te observeren: te strakke Speedo’s, te blond haar, te jonge vrouw bij een te oude man. Nee, de Russen lijken in weinig op ons stijlvolle Nederlanders.

Lees verder 24 juli: Нха Транг

21 juli: Easy Riders, 1000 tinten groen

De foto’s bij dit bericht staan nog niet online, deze volgen z.s.m.!

Om half negen worden we opgehaald door onze motormuizen voor de komende drie dagen: Tinh en Vu (Voe). De backpacks worden stevig in plastic ingepakt. Omdat het nog steeds grijs is hebben wij ons ook goed ingepakt. De sfeer zit er meteen goed in, als echte mannetjesputters zijn de seksistische grappen niet van de lucht. We verlagen ons niveau rap en doen (bijna) moeiteloos mee. De eerste stop is bij het Crazy House, nog in Da Lat. De dochter van de premier (volgens ons rond 1970) werd voor onderwijs naar Rusland gestuurd en daar kwam ze in aanraking met de architectuur van onder andere Gaudi. Toen ze terugkwam besloot ze een zo hysterisch mogelijk hotel te bouwen in Da Lat, en dat is gelukt. Het is een soort Efteling met allerlei dieren, kleine trappetjes, tussendoortjes en natuur. De foto’s geven een aardig beeld maar we wisten niet zo goed waar we moesten kijken. Het is nog steeds in gebruik als hotel, maar daar slapen is een vrij onaantrekkelijke gedachte; vanaf 7.30 tot 16.30 lopen er toeristen door het complexje en die kijken overal naar binnen. We vermaken ons een tijdje en stappen weer op de motor.

Voor ons allebei een first timer, maar het is echt ontzettend gaaf. Je kan heel relaxed een beetje om je heen kijken in alle rust, het is bijna meditatief. We zijn al zo gewend geraakt aan het verkeer dat zelfs dat rustgevend werkt. Als we de stad uitrijden komen we vrijwel direct terecht op een weg in aanbouw. Het is nu dus een zandpad maar dat kan niemand wat schelen. Weer valt het op dat de grond ontzettend rood is. De mannen leggen uit dat dit komt door een vulkaanuitbarsting duizenden jaren geleden. Daardoor is de grond rond Da Lat ook zo vruchtbaar. Het kleurenpalet is waanzinnig: 1000 tinten groen en de dieprode weg. Nog geen 30 minuten op pad en we vallen al stil…

We rijden korte stukjes achter elkaar van maximaal 45 minuten. De eerstvolgende stop is bij een koffieplantage. Tinh vertelt ons dat ze in Vietnam vooral Robusta koffiebonen hebben. Sinds twee jaar is Vietnam de grootste koffie-exporteur ter wereld, dit komt vooral omdat Zuid-Amerika veel last heeft gehad van overstromingen. Ook zien we hoe de wezel omgaat met de koffie. De wezel is als een soort civetkat: hij vreet de vruchten van de koffieplant op, verteert de schil en poept de bonen weer uit. Deze poepbonen worden uiteraard wel gepoetst en gebrand en geven daarna heerlijke koffie. Dit willen wij wel proberen. Zo zitten wij om half elf met een (heel sterk) kopje koffie op een veranda uit te kijken over een oneindige koffieplantage, een meertje en bergen op de achtergrond. Het beloven mooie dagen te worden.

Als we doorgaan komen we al snel uit bij de Silkfarm waar ze zijderupsen ‘kweken’. Anouk voelt zich heldhaftig en houdt er zowaar eentje vast. Ze zijn zacht en wit en best groot. Hier legt Vu uit hoe het in zijn werk gaat. Daarnaast is ook het hele proces te zien. Echt diervriendelijk is het niet. Echt mensvriendelijk is het ook niet. Tientallen vrouwtjes staan bij grote bakken water en nieuwerwetse spingetouwen. Daar zoeken ze het begin van het cocondraadje door die dingen rond te scheppen. Ze haken het beginnetje aan het apparaat en de cocon wordt langzaam ontwikkelt. Zo staan ze de hele dag draadjes aan te haken, met als lichtpuntje een gebroken draadje: dan is er nog eens wat afwisseling. Het weven van de draad lijkt een beetje op het muziekstuk van een draaiorgel: het is een lange baan karton (?) waarin gaatjes zitten die het patroon aangeven. Als klap op de vuurpijl mogen we ook nog zo’n beestje opeten, gefrituurd in een beetje knoflook en wat koriander. Het is wat melig maar goed te doen! Want, zo zegt de gids, op de boerderij doen ze er alles aan om geen afval over te houden. Een zin die we nog vaak zullen horen. Wat een beetje tegenstrijdig is met de rest van hun gedrag, al het plastic afval kieperen ze zonder blikken of blozen op de grond.

De volgende stop is bij de Elephant Falls, watervallen die zo heten omdat ze groot zijn. Tinh legt grappend uit dat alle grote dingen in Vietnam olifant worden genoemd. We klauteren een gladde berg af en bedenken dat dit in Europa echt niet zo zou zijn toegestaan. Maar ja, we zijn niet in Europa dus glibberen rustig verder. We zijn zo blij met onze wandelschoenen, ook hier komen ze goed van pas. Wanneer we beneden zijn blijkt dat de klim het glibberen waard was. Wat ongelofelijk gaaf! Het water klettert met zoveel kracht van de berg af en we staan op ongeveer anderhalve meter afstand. Het is moeilijk uit te leggen hoe bijzonder het voelt om bij zoiets krachtigs te staan. Anouk is blij als een klein kind, Stephan iets minder. In haar enthousiasme heeft Anouk Stephan ingesloten op een zeer vochtige plek. Als we weer naar boven klimmen blijkt hij zeiknat. Maar 20 minuten op de motor en hij is weer droog belooft Tinh.

Wanneer we even later lunchen is Stephan inderdaad weer helemaal droog. We lunchen in een klein lokaal tentje (vrij ongezellig, gezellige restaurants doen ze niet aan in Vietnam). Maar wel heel lekker, het wordt ter plekke bereid en de kok heeft een zeer vuurvaste hand. Met één hand husselt hij het eten en met de andere hand houdt hij de wok (zonder handvat, pannenlap, o.i.d.) vast. Wij zijn zeer onder de indruk.

Als we wegrijden zien we voor het eerst tijdens onze rit zon. Het duurt echter niet lang tot de regen weer inzet. Volledig uitgedost in regenpak zitten we achterop de motor. We proberen een beetje achter onze chauffeur te schuilen, maar we zitten hoger en hebben onze lengte niet mee. We schuilen onderweg bij een huisje dat ook een mooie stopplaats is. We zien hoe rijstwijn wordt gebrouwen en krijgen een kijkje in de keuken van een plattelandsgezin. De mannen zijn thuis vanwege de regen en zijn erg nieuwsgierig naar de lange witte gasten die op bezoek zijn. Ze horen de gidsen uit over wie we zijn en waarom we niet getrouwd zijn, maar wel samenwonen. Er is op dat vlak een duidelijk cultuurverschil zichtbaar. Als het droger is gaan we weer verder en nemen voor €0,60 een halve liter rijstwijn (35-60%) mee.

Later begint de regen weer en schuilen we opnieuw. Dat blijkt een goede zet want de regen neemt in korte tijd toe tot erg hevige stortbui. De schuilplaats heeft een wijds uitzicht en heeft een dak van golfplaten. Op die manier maak je de bui audiovisueel intensief mee. We besluiten dat we de homestay (in een hutje tussen de locals) toch inruilen voor een hotelletje. Als de buien iets afnemen, vervolgen we onze route. We stoppen langs de weg om even om te kijken naar een groot stuwmeer. Het is enkele jaren geleden aangelegd. We zien duidelijk de hoogteverschillen die ontstaan door het regen- en droge seizoen. In combinatie met de nevel geeft het een mystieke en surrealistische aanblik. In het meer wonen verschillende gezinnen op vlotten, waarbij men nauwelijks aan wal komt. De kinderen gaan vaak niet naar school en het contact met de buitenwereld is erg beperkt. Volksvermaak nummer 1 is ook op de meren doorgedrongen: met de opbrengst van de visserij wordt regelmatig een volle accu gehaald om lekker te karaoke-en. Langzamerhand droogt het op en stoppen we nog één keer om kennis te maken met enkele jonge dorpelingen op een soort tractor. De tractor bestaat uit één (eencilinder) motorblok met twee wielen met elk een handrem. Het sturen gaat met de handrem en is daardoor niet eenvoudig en erg abrupt. Ook deze groep is op z’n minst even nieuwsgierig in ons als wij in hen. Tinh probeert ook even te rijden en zorgt daardoor voor een hilarisch tafereel. Hij is gelukkig vaardiger op de motor. We zwaaien ze uit, maken foto’s van het uitzicht en halen ze binnen no time weer in. Erg snel gaat zo’n ding niet.

Het hotel is volgeboekt en slapen in een klein ‘resort’. Het doet allemaal erg armoedig aan en de nattigheid maakt de beleving niet beter. Een warme douche is lekker, maar helaas van korte duur. De boiler is snel leeg en aangezien de airco niet meer uit gaat wordt het ook niet erg warm. Tijdens het eten warmen we verder op, mede dankzij de rijstwijn. Ook de sfeer zit er weer goed in. We werden regelmatig in het O’tje genomen en pakten ze af en toe ook terug. Rond half 10 vallen we bijna in slaap en zoeken onze kamer op. Het water staat op sommige plekken erg hoog en aangezien het pad niet verlicht is, glibberen we terug.

22 juli

De eerst stop is in een dorpje waar één van de vele etnische minderheden leeft. Ze zijn tienduizend jaar geleden vanuit Maleisië hierheen gekomen en leven nog steeds relatief gescheiden van de rest van de bevolking. We komen het Duitse stel weer tegen en besluiten meer met elkaar op te trekken. De gidsen kunnen op die manier het werk (op onze spullen passen, dingen uitleggen) wat beter verdelen en het is voor ons ook gezellig. Al vinden we wel dat de Duitser wat onvriendelijk is tegen zijn, slecht Engels sprekende, vriendin. De onnodige sneren zijn niet van de lucht.

Het dorpje is erg leuk om te zien. De huizen zijn op palen zodat de mensen, in vroeger tijden, waren beschermd tegen de wilde dieren. Daarnaast leefde hun vee onder de huizen, zo hielden ze de dieren dichtbij. De hele kinderboerderij loopt vrij rond: mini-varkentjes, kippen, honden en kinderen banjeren lekker door de modder. De kinderen gaan nog steeds lang niet altijd naar school, want wat heb je aan school zonder eten? De overheid doet zijn uiterste best de mensen te betrekken en langzamerhand lukt dat. Aan het eind van de lange straat is een souvenirwinkel waar je hard kan onderhandelen over een ‘authentieke’ gadget. Terug op de motor maakt het landschap nog steeds veel indruk. De rijstvelden zijn zo groen! De gidsen vertellen dat er vanwege de hevige regenval van de vorige dag snel geoogst moet worden. Anders treed de verrotting in. Bij de lokale bakstenenfabriek zijn we niet bijster geboeid, al luisteren we wel goed naar het verhaal. We herkennen inmiddels namelijk allerlei typen bakstenen.

Bij de cashewnotenboomgaard blijkt het helaas niet oogsttijd dus de bomen zijn kaal. De gids weet toch nog ergens een vrucht vandaan te toveren. Fascinerend: het is een prachtige appelachtige vrucht met een klein piemelvormig aanhangsel waarin de cashew zit. Voordat het nootje gegeten kan worden is er een uitgebreid droog- en roosterproces. De vrucht is niet lekker maar we mogen hem proeven, het is heel bizar. Het sap droogt je mond onmiddellijk uit voor een seconde of tien, dan ebt het langzaam weg. Eén voor één bijten we erin en slaken we diverse kreten: een kinderhand is gauw gevuld.

Er volgt nog een stop bij een klein hutje waar rijstpapier wordt gemaakt, niet voor loempia’s maar meer om (gefrituurd) te snacken. Het doet een beetje aan kroepoek denken. Ook stoppen we bij een cacaoplantage. De vruchten groeien het hele jaar door en het is een prachtige gezicht. Langzamerhand leren we steeds meer over allerlei voedingsmiddelen die we dagelijks gebruiken. We vinden het ontzettend leuk om er van alles over te leren.

Na een lunch (met harde stukjes kip, jukkie) en een wederom experimenteel wc-bezoek (sommige dingen wennen nooit) gaan we een nationaal park in. Hier maken we een kleine wandeling naar een meertje midden in de jungle. Omdat het behoorlijk is opgewarmd gaan we lekker zwemmen in het koele water. De echte attractie is de waterval een stukje hoger. Na wat klauteren is het mogelijk om vlak achter de waterval te staan. Het is imposant en we zijn allemaal diep onder de indruk van de kracht en het oorverdovende geluid van het water. De waterval die we hierna bezoeken is ook prachtig, helaas niet om in te zwemmen. De naderende donkere wolken maken dat we snel de motor weer opzoeken. Als Anouk vraagt of ze haar regenpak aan moet doen antwoord Tinh dat we gaan proberen de regen voor te blijven. Vanaf dat moment voelt Anouk zich alsof we in een computerspel zit. Ze kijkt de snelheidsmeter omhoog, de wolken weg en gaat zo aerodynamisch mogelijk zitten. Het mag niet baten: de laatste 10 kilometer van de dag maken dat we alsnog soppend het hotel binnen stappen.

We eten ’s avonds in een lokale vreetschuur (qua uitstraling), samen met de twee Duitsers en de vier easyriders gaan we barbecueën. We proosten luidruchtig (Mob, Hai, Ba YO!, 1, 2, 3 proost!) en eten heerlijk hert en struisvogel.

23 juli

We ontbijten nog even met onze Duitse vrienden en dan scheiden onze wegen, wij gaan het laatste stukje richting Nha Trang doen, zij gaan verder richting Hoi An. Nog in Dak Lak (de stad waar we hebben geslapen) stoppen we op een rubberplantage. De bomen zien er zielig en mishandeld uit doordat ze er geulen in kerven zodat er een witte vloeistof uitdrupt. Dit vormt het basisproduct voor rubber.

We zien opeens veel politie: een reden voor Tinh om nog wat meer vertellen over de corruptie. De straffen voor verkeersovertredingen zijn absurd hoog en om er vanaf te komen schuiven de overtreders de dienders geld toe in ruil voor doorgang. Tijdens de koffiepauze is het tijd voor wat meer serieuze gesprekken: Tinh vertelt wat meer over de ervaringen van zijn familie in de oorlog. Hij komt uit een dorpje vlak bij de demilitarized zone (dmz) waar de gevechten hevig waren. Zijn vader werd gedwongen te vechten voor het (door de Amerikanen gesponsorde kapitalistische) zuiden. Hij legde uit dat het noorden, de communisten, gewonnen hebben vanwege vele redenen: de zuiderlingen waren verwend door de Amerikanen met eten en survivalartikelen. Hierdoor droegen ze veel gewicht met zich mee wat ze traag en vermoeid maakte. Daarnaast wisten ze niet meer wat ze moesten als het op of kapot was. De noordelingen waren arm en gewend om hard te werken. Zij wisten overal eten te vinden en reisden licht. Daarnaast waren de wapens (M-16) die de Amerikanen leverden niet bestand tegen het vochtige klimaat, om de haverklap haperden ze. Terwijl de AK-47 van de Noordelingen niet stuk te krijgen was. Ook het guerrilla-aspect hielp de Noorderlingen, de Amerikanen konden geen vat op ze krijgen.

Aangezien zijn vader met de verliezers meevocht moest hij na de oorlog eerst een aantal jaar naar een heropvoedingskamp. Maar de gevolgen van ‘de verkeerde kant’ heeft hij de rest van zijn leven gevoeld. Hij kon en kan geen werk vinden. Daardoor heeft hij jaren lang metaal verzameld en dit verkocht. Het ging hierbij vaak om metaal van (alsnog) ontplofte granaten. Tinh vertelde dat hij, toen hij klein was, bij het horen van een explosie precies wist waar het vandaan kwam. Hij ging dan op pad om eerst de mens bij elkaar te schrapen en vervolgens het ijzer te verzamelen. Toen zijn vader een metaaldetector vond, ging het ijzer verzamelen makkelijker. Tinh vertelde dat hij op een dag met zijn vader op pad was toen het apparaat begon te piepen. Toen ze begonnen met graven kwamen ze eerst een wapen tegen en omdat de detector nog steeds piepte gingen ze door met graven. Vervolgens vonden ze de resten van een soldaat, het skelet en de uitrusting in tact. Na het vinden van de persoonsgegevens is de familie gecontacteerd en is er alsnog een begrafenis geregeld. Toen dit ze nog een keer overkwam heeft zijn vader de metaaldetector door tweeën gebroken en, letterlijk, aan de wilgen gehangen: dit nooit meer.

We zijn diep onder de indruk van het verhaal als we weer opstappen. Het daaropvolgende uur zijn we beide diep in gedachten verzonken. We rijden een stuk van de Ho Chi Minh-weg, de Phoenix pass, de aanvoerroute voor de Amerikanen. Het ging echter niet zo soepel: de communisten lagen vanuit de bosjes de vrachtwagens te bestoken met kogels. Eén van de redenen dat daar veel agent orange is gedropt, een giftig goedje wat verschrikkelijk veel mensen heeft verwond.

Het is duidelijk dat we de hooglanden achter ons aan het laten zijn, de temperatuur stijgt met de minuut. Als we stoppen om te lunchen is het hoog tijd om ons weer in te smeren, fijn! We lunchen met allerlei vissoorten langs de weg: als er truckers zijn dan is er goed eten, zo luidt het devies in Vietnam. Dus wij zitten tussen de stoere mannen te eten.

Het laatste stuk langs de kust is niet ontspannen, er rijden veel grote vrachtwagens die wind veroorzaken. We komen in de buurt van de bewoonde wereld en daarmee neemt het getoeter en de hysterie weer toe. Het wordt voor ons nooit gevaarlijk maar we zien weer wat gevalletjes ‘door het oog van de naald’.

Om een uur of vier zijn we bij het Hotel, we vinden het lekker om af te stappen. We nemen afscheid van onze nieuwe vrienden en wensen ze een goede huisvaart. Op dat moment komen ook Bram en Femke aanlopen, die hebben lekker gechilled op het strand. Wat is het ontzettend leuk om elkaar weer te zien en zo ver van huis. Na ons te hebben geïnstalleerd gaan we snel op pad voor een biertje en om bij te kletsen. Daar wisselen we in een uur tijd de grootste avonturen van onze beider vakanties uit, de rest volgt later. We eten bij Lantarns, een tip van de Lonely Planet, en laten het ons goed smaken. Wel zijn we allemaal wat gaar en gaan op tijd ons nest in!